Een niet bij name genoemde dochter bezoekt voor de laatste maal het huis van haar moeder. Om afscheid te nemen, maar ook in de hoop in het reine te komen met het verleden – en met zichzelf. Het lijkt een hopeloze missie: bitterheid en verdriet overheersen. Het beeld kantelt wanneer ze haar moeders schoenen vindt, al die jaren zorgvuldig bewaard. Zwartfluwelen, hooggehakte avondschoenen, symbool van een gedroomd leven. Belangrijker nog is de vondst van het verloren gewaande ‘jaarboek’ dat zijzelf als heel jong meisje bijhield.