In 1988 reist Carolijn Visser, in de voetsporen van de zeventiende-eeuwse wereldreiziger en voc-man Johan Nieuhof, door de binnenlanden van China, waar eeuwenoude tempels, pagodes en dorpjes in diepe rust gedompeld zijn.
Een jaar later, in juni 1989, keert ze terug.
De geruchten over hongerstakende studenten in de hoofdstad laten de Chinezen in eerste instantie ogenschijnlijk onberoerd. Maar als niet veel later het studentenprotest op het Plein van de Hemelse Vrede bloedig wordt neergeslagen, ontstaat in het hele land grote verwarring en onrust.