“Het had aardedonker moeten worden. Er had een gure storm moeten woeden, en tegelijk met het rinkelen van de telefoon had ik ineen moeten krimpen van een bliksemschicht, direct gevolgd door gedonder dat de glazen op tafel nerveus deed trillen. In plaats daarvan schijnt de zon uitbundig, alsof ze nu, hoewel het voorjaar nog los moet barsten, al zin heeft in een zomer die de mooiste van de eeuw moet worden. Misschien is het mijn verwarde geest, die ervan overtuigd is dat het de natuur is, die het onmogelijk maakt de onheilstijding tot me door te laten dringen. Sophie, een ongeluk?’

Op een zonnige dag in maart wordt de ergste nachtmerrie van een moeder waarheid. Emma Kortelings dochter Sophie belandt na een zwaar verkeersongeluk in een diepe coma. In Emma groeit een allesverzengende haat, die het verdriet luidkeels overstemt. Een hels verlangen tot pure vernietigingsdrang, met maar één doel: wraak op de man die haar leven verwoest. Intussen strijdt Sophie, zonder dat iemand het merkt, voor haar leven. Of voor haar dood?”